De Willibrordkerk (12e eeuw) in Nederhorst den Berg

De Kerk op de Berg, midden in het oude centrum van Nederhorst den Berg

Het nieuwe interieur na de aanpassing van 2007

Kerk op de Berg

De middeleeuwse Willibrordkerk van Nederhorst den Berg, die ‘op de berg’ is gebouwd, bepaalt in hoge mate het oude dorpsbeeld. Dit komt doordat deze charmante kerk is gebouwd op een geïsoleerde, natuurlijke zandheuvel. Dit leidt ertoe dat het kenmerkende gebouw ongeveer tien meter uitsteekt boven het omringende landschap. De hoge en relatief veilige ligging zal ertoe bijgedragen hebben dat de Willibrordkerk (uit de 12e eeuw) de oudste kerk van de Gooi- en Vechtstreek is.

Door de jaren heen werd de kerk aangepast, evenals het gebruik van het gebouw. Zo werden in 1939 de banken en preekstoel omgedraaid wegens ruimtegebrek. Deze wijziging werd in 2007 ongedaan gemaakt. Tegelijkertijd werd bepaald dat de Willibrordkerk ook voor andere gelegenheden moest kunnen worden gebruikt. Zo doet de kerk tegenwoordig niet alleen dienst als gebedshuis, maar ook als trouwzaal en… concertpodium.

De Kerk op de heuvel

Volgens een oud volksverhaal is de berg van Nederhorst den Berg zo ontstaan:
nonnen uit het klooster te Huizen moesten als boetedoening zand van de Larense hei in hun schorten vervoeren. Net zolang tot de ‘berg’ opgeworpen was.
De waarheid is dat de berg een restant van een stuwwal uit de ijstijd is. Veel later vestigden zich mensen rond de berg. Mondjesmaat, want de moerassige veenstreek waar je nauwelijks verschil kon zien tussen water en land leende zich niet voor intensieve bewoning. De berg was echter een veilige plek. Al heel lang geleden bouwden de dorpelingen er een kapel op.
Ze deden dat echter niet alleen uit veiligheidsoverwegingen. Door het beklimmen van een berg of heuvel kom je even op hoger plan, krijg je overzicht, kom je dichter bij de hemel. Dat besef heeft hier waarschijnlijk ook een rol gespeeld.

Het begin van de kerk

In de 12de eeuw ontstond de huidige kerk, gebouwd in romaanse stijl: dikke muren met daarin kleine vensters, aan de bovenzijde rond. De kerk werd gewijd aan Willibrord, degene die in deze streken het christendom verbreid had.
Ze kreeg meteen een zogenaamde weertoren: een toren die alleen toegankelijk was vanuit de kerk – niet van buitenaf. Trok er onguur volk door de streek, dan konden de dorpelingen zich terugtrekken in de betrekkelijke veiligheid van die toren. Tot het einde van de 19e eeuw bleef de toren in ongewijzigde staat; toen werd er ook aan de buitenzijde een ingang in gemaakt.

Vergroten en veranderen

In de loop van de middeleeuwen nam de bevolking langzaam toe; de kerk werd te klein. In de 13de eeuw moest het Romaanse koor (het oostelijke deel van de kerk) plaatsmaken voor een groter, in gotische stijl: met hoge, spitsvormige vensters. Rond 1500 kreeg de kerk er aan de noordzijde een beuk bij, in laatgotische stijl (brede spitsvormige vensters). Op de plaats van de oude buitenmuur verrees een aantal zuilen, die de scheiding tussen hoofdbeuk en zijbeuk markeren. Die zuilen hebben bewerkte kapitelen, waarop onder andere de symbolen van Mattheus (engel) en Marcus (leeuw) te zien zijn.
De oude noordelijke ingang werd in de nieuwe buitenmuur geplaatst, compleet met een wonderlijke, onvoltooide latijnse inscriptie.
Mét die uitbreiding rond 1500 was het definitieve uiterlijk van de kerk tot stand gekomen. Het interieur bleef echter wijzigingen ondergaan, afhankelijk van het gebruik van de kerk. In de noordwand bevindt zich een zandstenen priesterpoort met touwversiering en mysterieus opschrift in unciale letters; mogelijk een rest van een oudere kapel.

Het opschrift luidt: QVI.PETIT.HAC.AVLA.PETAT.ELBVRCSA. FORE.SALVA.ET.P.EA.NVLLS. INTRET.N…
De vertaling zou kunnen zijn: ‘Wie zich naar dit hof begeeft, bidde voor de zaligheid van Elburga en niemand trede binnen, tenzij…’ De tekst is niet af; halverwege de bovendorpel breekt ze af. Bilderdijk, Van Lennep en Beets behoren tot degenen die zich er vruchteloos het hoofd over gebroken hebben.

Van Rooms-Katholiek naar ProtestantIn de tweede helft van de 16e eeuw verloor de Rooms-katholieke kerk haar leidende rol in de samenleving; die rol werd door protestanten overgenomen. De Willibrordkerk, tot dan een Rooms-katholieke parochiekerk, werd aan de Rooms-katholieke eredienst onttrokken en door protestanten in gebruik genomen. Deze situatie bestaat tot op heden. In de 19e eeuw werd elders in het dorp voor en door de parochie een nieuwe kerk gebouwd. De kerk bevat zaken uit allerlei eeuwen. Het oude koorhek, daterend uit de 16e eeuw: nog van vóór de Reformatie. Het eeuwenoude hout is eenvoudig, maar sierlijk gedecoreerd. Meer aandacht gaat uit naar de 17e-eeuwse preekstoel, die voor dat oude hek geplaatst is, en naar de klassiek-protestantse ‘dooptuin’: de omheining van de preekstoel waarbinnen vroeger ouders met hun te dopen kind plaatsnamen. De tuin kom je binnen door onder een fraaie koperen boog door te lopen: ook 17e-eeuws.